Het rommelquotiënt
(Naar een idee van Donna Smallin)
Om na te gaan of u een opruimprobleem heeft of dat het uiteindelijk wel meevalt, volgt hier een testje om uw persoonlijke rommelquotiënt te berekenen. De uitkomst vertelt u of u al dan niet actie moet ondernemen om uzelf (meer) de ruimte te geven.
Kies het cijfer 1-4 dat het best antwoord op de stelling weergeeft.
1=nooit of bijna nooit waar; 2=soms waar; 3=meestal waar; 4=altijd waar
- Als ik tijd over heb, ga ik graag naar een winkel.
- Rekeningen, bankafschriften en andere post bewaar ik op stapeltjes tot ik tijd heb om ze op te ruimen.
- Ik heb meer dan 10 plastic boodschappentassen in huis.
- Ik bewaar tijdschriften waar interessante artikelen in staan.
- Als ik om me heen kijk, word ik al moe alleen door te bedenken hoeveel tijd het kost om op te ruimen.
- Ik ben met twee of meer klussen tegelijk bezig.
- Voor anderen ziet mijn (werk)kamer er misschien rommelig uit, maar ik weet precies waar alles ligt.
- Als iemand onverwachts op bezoek komt, probeer ik hem af te poeieren.
- Ik ruim sommige dingen niet op, zodat ik weet waar ze liggen of zodat ik iets niet vergeet.
- Ik heb geen tijd om orde op zaken te houden.’
- Als het om rommel opruimen gaat denk ik: waarom al die moeite? Het wordt toch weer een rotzooi.
- Ik kan moeilijk afstand doen van dingen: ik ben een echte verzamelaar.
- De mate van stress in huis hangt samen met de hoeveelheid rommel.
Geef de antwoorden een cijfer en tel de scores op. Bekijk hier wat uw rommelquotiënt is.